Zeezout: het ziet er mooi uit op tafel, heeft grove vlokken en volgens sommigen smaakt het nét wat lekkerder. Maar is het ook echt gezonder dan ons vertrouwde fijne keukenzout?
Tijd om feit en fabel van elkaar te scheiden.

Producenten van zeezout zeggen vaak dat hun product gezonder is. Waarom? Zeezout zou minder bewerkt zijn dan keukenzout. Het zou meer essentiële mineralen bevatten, je lichaam helpen ontgiften, je pH-waarde verlagen (zuurgraad van het lichaam) én je bloedsomloop verbeteren.
Dat klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk. Wie wil dat nou niet? Toch is er een belangrijke kanttekening: deze gezondheidsclaims worden niet onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek. Als we puur naar de invloed op gezondheid kijken, is zout gewoon zout.
Zout (natrium) hebben we nodig voor het regelen van de bloeddruk en vochtbalans in ons lichaam. Ook is het van belang voor een goede werking van spier- en zenuwcellen.
Te veel zout eten brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Het verhoogt de kans op een hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, nierziekten, maagkanker en botontkalking. En dit geldt voor alle soorten zout: zeezout, keukenzout, Himalayazout en Keltisch zout.
De verschillen tussen de soorten zout zijn kleiner dan vaak wordt gedacht. De ene soort zout is niet gezonder dan de andere. Ze bestaan namelijk allemaal hoofdzakelijk uit natrium. En juist een teveel aan natrium kan ongezond zijn.
Zeezout bevat in vergelijking met gewoon keukenzout een klein beetje meer mineralen, zoals magnesium en calcium. Maar het gaat om zulke kleine hoeveelheden dat dit bij normaal gebruik niet bijdraagt aan je dagelijkse behoefte aan mineralen.
Dat geldt ook voor Himalayazout en Keltisch zout. Ze bevatten naast natrium wat extra mineralen en spoorelementen, maar in zulke minimale hoeveelheden dat het geen verschil maakt voor je gezondheid.
Bovendien is zout geen goede bron van voedingsstoffen. Voor mineralen kun je beter kiezen voor producten als groente, fruit, brood en zuivel. Daar haal je écht iets uit.
Bron: