Als duidelijk wordt dat je in de laatste levensfase bent, kan er van alles door je hoofd gaan. Het is een heftige boodschap waar niemand zich helemaal op kan voorbereiden. Eten en drinken zijn misschien niet de eerste onderwerpen waar je aan denkt. Toch kan het helpen om te weten wat er in deze fase verandert en wat prettig kan zijn.
In de laatste weken van het leven heeft je lichaam steeds minder behoefte aan eten en drinken. Dat hoort bij het natuurlijke stervensproces. De zorg richt zich in deze fase steeds meer op comfort, jouw wensen en het verminderen van klachten.
Gaat het nog niet om de laatste weken van het leven?
Lees dan de pagina: Eten en drinken als genezing bij kanker niet mogelijk is.
Ben je naaste van iemand bij wie het levenseinde nadert?
Lees dan de pagina: Hoe zorg je voor je dierbare als het levenseinde nadert?
Je hoeft in deze fase niet meer te eten of drinken met als doel om sterker te worden of voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Dat kan moeilijk zijn om te ervaren, ook voor de mensen om je heen.
In de laatste levensfase is het normaal dat je steeds minder trek krijgt en minder gaat eten. Naarmate het lichaam verder achteruitgaat, werken organen zoals de maag en darmen minder goed. Je lichaam heeft daardoor steeds minder behoefte aan voeding.
Later neemt vaak ook de behoefte aan drinken af. In de stervensfase, de laatste dagen van het leven, lukt eten en drinken uiteindelijk meestal niet meer. Dit is een gevolg van het stervensproces en niet de oorzaak ervan.
Nee. In de laatste levensfase worden de gewone adviezen over gezond en voldoende eten steeds minder belangrijk.
Heb je nog trek in iets en vind je eten of drinken prettig? Dan kun je natuurlijk eten of drinken wat je lekker vindt en wat goed gaat. Misschien is dat maar een klein beetje. Dat is ook goed.
Eten hoeft in deze fase geen opdracht te worden. Wat prettig voelt en waar jij behoefte aan hebt, staat voorop.
Je naasten kunnen het moeilijk vinden wanneer je steeds minder eet. Eten geven is voor veel mensen ook een manier om liefde en zorg te tonen. Praat er daarom, als dat kan, met elkaar over. Vertel wat je wel en niet prettig vindt. Je kunt ze vragen om deze pagina te lezen: Hoe zorg je voor je dierbare als het levenseinde nadert?
Misschien gebruik je drinkvoeding, sondevoeding of voeding via een infuus. Naarmate het levenseinde dichterbij komt, kan het doel daarvan veranderen.
In de stervensfase, meestal de laatste dagen van het leven, wordt medische voeding in principe niet meer gestart. Kan het lichaam voeding niet meer goed verwerken, dan kan doorgaan met medische voeding juist klachten geven. Eerder gestarte medische voeding kan daarom worden verminderd of gestopt. Dit gebeurt in overleg met jou, je naasten en je zorgverleners.
Heb je hier vragen of zorgen over? Bespreek die met je arts, verpleegkundige of diëtist. Zij kunnen uitleggen waarom voeding wordt aangepast en wat in jouw situatie het meest passend is.
In de laatste levensfase kun je last krijgen van dorst of een droge mond. Een gevoel van dorst betekent in de stervensfase vaak vooral dat de mond droog is. De mond regelmatig vochtig houden kan dan verlichting geven.
Wat kan helpen:
Een naaste of zorgverlener kan met bovenstaande helpen als je dit zelf niet meer kunt.
Heb je veel last van een droge mond, pijn of problemen met slikken? Bespreek dit dan met je verpleegkundige of arts.
Bewust stoppen met eten en drinken is iets anders dan vanzelf steeds minder gaan eten en drinken doordat het lichaam achteruitgaat.
Sommige mensen denken erover om bewust niet meer te eten en drinken om eerder te overlijden. Dit is een ingrijpende beslissing. Bespreek zulke gedachten en wensen altijd met je huisarts of een andere behandelend arts. Die kan uitleg geven, vragen beantwoorden en bespreken welke zorg en begeleiding mogelijk zijn.
Lees bij thuisarts.nl meer over bewust stoppen met eten en drinken.
Minder kunnen of willen eten kan veel emoties oproepen. Misschien voel je verdriet, machteloosheid of zorgen. Ook gewichtsverlies of veranderingen aan je lichaam kunnen confronterend zijn. Dat is begrijpelijk.
Het kan helpen om te vertellen wat jij wilt rond eten en drinken. Misschien vind je samen eten nog fijn, ook als je zelf nauwelijks iets eet. Misschien wil je juist niet steeds de vraag krijgen of je nog iets wilt eten.
Bespreek dit als dat kan met je naasten. Je arts, verpleegkundige, diëtist of psychosociaal zorgverlener kan ook helpen bij vragen of gevoelens rond eten en drinken.
Je hoeft vragen en zorgen over eten en drinken in de laatste levensfase niet alleen op te lossen.
Je kunt bijvoorbeeld praten met je:
Zij kunnen samen met jou en je naasten kijken wat in jouw situatie belangrijk is en wat kan helpen om je zo comfortabel mogelijk te voelen.
Via de Verwijsgids Kanker kun je zorgverleners met ervaring met kanker bij jou in de buurt vinden.