Kom meer te weten over voedingsstoffen!

Eten en drinken, we zijn er dagelijks veel mee bezig. Maar wat zit er eigenlijk precies in ons eten en drinken? Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen koolhydraten en vetten? Lees verder en kom meer te weten over voedingsstoffen!

Verschillende voedingsstoffen
Ons lichaam heeft voedingsstoffen nodig om te kunnen functioneren en zijn betrokken bij heel veel processen in ons lichaam. Zo leveren voedingsstoffen onder andere energie maar helpen ze bijvoorbeeld ook om ons lichaam te herstellen na het sporten.

Voedingsstoffen kunnen worden opgedeeld in twee verschillende groepen: macronutriënten en micronutriënten. Moeilijke woorden maar wij zullen het hieronder makkelijk voor jou uitleggen. 

Macronutriënten
Koolhydraten, eiwitten en vetten behoren tot de macronutriënten. Deze stoffen vind je ook altijd terug op het etiket van een voedingsmiddel. Het lichaam heeft veel van de stoffen nodig om te kunnen functioneren. Ze zijn onmisbaar voor het lichaam.

Koolhydraten
Vezels, suikers en zetmeel zijn vormen van koolhydraten in onze voeding. Suikers en zetmeel zijn een belangrijke energiebron voor het lichaam. De Gezondheidsraad adviseert om 40 tot 70% van de energie op een dag uit koolhydraten te halen. Koolhydraten leveren per gram 4 kilocalorieën. 

Koolhydraten kunnen het beste worden gehaald uit volkorenproducten, zoals volkorenpasta en volkorenbrood, maar ook uit peulvruchten, groente en fruit. 

Eiwitten
Eiwit levert naast kilocalorieën (4 kilocalorieën per gram) ook aminozuren. Aminozuren zijn de bouwstenen voor het eiwit in onze lichaamscellen. Ze zijn dus nodig bij de opbouw van het lichaam. Sommige aminozuren kan het lichaam zelf aanmaken, maar andere vormen moeten uit de voeding worden gehaald. 

Eiwitten kunnen worden gehaald uit plantaardige producten (zoals peulvruchten, brood en noten), maar ook uit dierlijke producten (zoals melk, eieren, kaas en kip). 

Gemiddeld heb je 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht nodig. Sommige groepen vormen hier een uitzondering op, zoals vegetariërs, zwangere, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen. Maar bijvoorbeeld ook duursporters of mensen die aan het herstellen zijn van een ziekte.

Vetten
Vet levert naast kilocalorieën (9 kilocalorieën per gram) ook essentiële vetzuren en vitamine A, D en E. Het heeft als grootste doel om energie te leveren aan het lichaam, maar onze cellen hebben bijvoorbeeld ook vetten nodig.

Vet kan worden verdeeld in verzadigd en onverzadigd vet. Onverzadigd vet (= Oke) verlaagt het LDL-cholesterol. LDL-cholesterol staat erom bekend de kans op hart- en vaatziekten te vergroten. Verzadigd vet (= Verkeerd) verhoogt daarentegen het LDL-cholesterol. Je kunt dus beter kiezen voor onverzadigde vetten in plaats van verzadigde vetten. 

Onverzadigde vetten krijg je binnen via noten, avocado en vloeibare olie en boter. Verzadigde vetten zitten in harde boter, zoals roomboter en margarine, koek, snoep en gebak. 

Micronutriënten 
Vitaminen, mineralen en spoorelementen behoren tot de micronutriënten. In tegenstelling tot de macronutriënten leveren ze geen energie, maar ze zijn wel nodig bij het vrijmaken van energie in ons lichaam. Daarnaast zijn ze betrokken bij onwijs veel processen in ons lichaam.