Onderzoek waar het er echt toe doet: waarom onderzoek in Afrika belangrijk is - Wereld Kanker Onderzoek Fonds

Onderzoek waar het er echt toe doet: waarom onderzoek in Afrika belangrijk is

Gezondheidsonderzoek redt levens. Maar iets wat veel mensen zich niet realiseren is dat het wereldwijde beleid over gezondheid wordt gebaseerd op onderzoek uit maar een paar regio’s, namelijk uit landen met hoge inkomens.

Daardoor leven miljarden mensen, waaronder degenen in Sub-Sahara Afrika, met ziekten die niet volledig worden begrepen binnen hun eigen culturele, omgevings- en biologische situatie.

Professor Reginald Annan is een Ghanese voedings- en volksgezondheidswetenschapper die heeft gewerkt aan grote studies met meerdere partners, waaronder de African Breast Cancer Screening (ABCS) study. Hij heeft zowel de obstakels als het enorme potentieel van door Afrikanen geleid onderzoek van dichtbij gezien. En juist dat geeft hoop.

Wij leggen uit wat de realiteit is van het opbouwen van onderzoek binnen systemen die nog in ontwikkeling zijn.

Waarom Afrika zijn eigen data nodig heeft

De meeste meetinstrumenten en risicomodellen die in Afrika worden gebruikt, zijn ontwikkeld voor bevolkingsgroepen buiten Afrika. Dit geldt niet alleen voor kanker, maar ook voor andere niet-overdraagbare ziekten.

De wereldwijde wetenschappelijke onderzoeken over het verband tussen voeding, leefstijl en kanker zijn voornamelijk uitgevoerd in Europese, Noord-Amerikaanse en Aziatische groepen. Deze studies hebben bepaald wat de wereld beschouwt als gezond eten, voldoende lichaamsbeweging, een gezond lichaamsgewicht en kankerpreventie. Maar Afrika is anders.

  • De voedselsystemen combineren traditionele basisvoedingsmiddelen met een snel toenemend gebruik van ultrabewerkte voedingsmiddelen.
  • De lichamelijke activiteit heeft vaak te maken met werk of transport, en is niet gebaseerd op sporten in een sportschool.
  • En de veranderingen in het voedingspatroon verloopt anders dan bij westerse landen.

In 1993 legde voedingswetenschapper Barry Popkin uit hoe voedingspatronen veranderen als samenlevingen zich ontwikkelen. In landen met een hoog inkomen gebeurde dit langzaam, doordat mensen langzaam overstapten van traditionele maaltijden naar energierijke, ultrabewerkte voedingsmiddelen. Maar in veel Afrikaanse landen vindt deze verschuiving plaats in een verbazingwekkend hoog tempo.

Het resultaat is wat gezondheidsexperts de dubbele last van ondervoeding noemen: ondervoeding en overgewicht komen allebei voor binnen dezelfde gemeenschappen, dezelfde gezinnen en soms zelfs bij dezelfde personen. Daarnaast zorgt de verandering in voedingspatroon ook voor voedingsgerelateerde chronische aandoeningen zoals diabetes en hoge bloeddruk. Dit maakt het nog lastiger.

Het verhaal van Afrika gaat niet langer alleen over honger. Het gaat over de botsing tussen oude en nieuwe uitdagingen, die zich allemaal afspelen binnen een voedselsysteem dat sneller verandert dan ooit.

Om deze onderling verbonden factoren te begrijpen, is onderzoek nodig dat wordt uitgevoerd in Afrikaanse omstandigheden en wordt geleid door Afrikaanse wetenschappers die de context begrijpen. Het aanpakken van ongelijkheid in gezondheid vereist ook het aanpakken van ongelijkheid in data. Kortom: Afrikaanse oplossingen hebben Afrikaanse data nodig.

Als het doel van onderzoek is om wereldwijde kennis op te bouwen, dan moet Afrika goed vertegenwoordigd zijn, en dus gelijkwaardig worden behandeld.

Waarom de datakloof bestaat – en waarom die kan veranderen

Het blijft uitdagend om onderzoek te doen in Afrika, met name in Sub-Sahara Afrika, maar elk continent heeft zijn eigen uitdagingen en kansen.

De meest bekende uitdagingen zijn beperkte financiering, tekortschietende organisatie en vertragingen in beleid.

1. Onderzoek heeft geen politieke prioriteit gehad

Veel Afrikaanse regeringen richten zich op directe behoeften: water, elektriciteit, wegen, toenemende extreme weersomstandigheden en de blijvende uitdaging van voedselzekerheid. Dit zijn dringend en echte problemen.

Onderzoek voelt daardoor vaak als iets wat minder belangrijk is, terwijl het juist de basis vormt voor een werkend beleid. Landen met een hoog inkomen hebben nationale onderzoeksraden, kankeronderzoeksfondsen en sterke Centres of Excellence opgebouwd met nationale financiering, omdat onderzoek voor wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming een prioriteit is. De meeste Afrikaanse landen beschikken nog niet over vergelijkbare structuren, maar zij kunnen die wel ontwikkelen.

2. Afrikaanse Centres of Excellence zijn sterk afhankelijk van externe financiering

Instellingen zoals WASCAL, WACCI, ACEGID en andere leveren uitstekend werk, maar een groot deel van hun financiering komt nog steeds van organisaties zoals de Wereldbank, de Rockefeller Foundation, de Bill & Melinda Gates Foundation (BMGF) of Europese partners.

Deze investeringen zijn waardevol, maar het betekent ook dat het onderzoek soms meer wordt bepaald door donoren dan door nationale behoeften. Daarom is meer financiering van Afrikaanse leiding belangrijk.

3. Universiteiten en overheden zijn nog niet volledig onderzoeksgericht

Op veel Afrikaanse universiteiten zorgen stijgende studentenaantallen en zware onderwijslasten ervoor dat er weinig tijd en ruimte overblijft voor onderzoek.

Daarnaast gebeurt het zelden dat beleidsmakers wetenschappelijk bewijs gebruiken bij beslissingen nemen, en onderzoekers betrekken de beleidsmakers te weinig bij hun onderzoek. Hierdoor wordt onderzoek minder gezamenlijk ontwikkeld en zijn aanbevelingen voor beleid uit onderzoek minder gemakkelijk te accepteren.

Het stimuleren van banen gericht op onderzoek en het versterken van de samenwerking tussen universiteiten en overheden zou beide problemen tegelijk kunnen aanpakken.

Maar geen van deze uitdagingen is blijvend. Over het hele continent vinden veranderingen plaats. Er komt steeds meer erkenning voor de waarde van lokale kennis en bewijsmateriaal.

Conclusie: de toekomst ligt in onze handen

Ja, onderzoek in Sub-Sahara-Afrika brengt uitdagingen met zich mee. Maar juist dit maakt het ook een van de meest inspirerende plekken ter wereld om te vernieuwen, te experimenteren en opnieuw te bepalen hoe wereldwijde gezondheidswetenschap eruitziet.

Daarvoor zijn niet alleen afzonderlijke onderzoeksprojecten nodig, maar duurzame wetenschappelijke systemen. Dat betekent moderne laboratoria waarin monsters en data in Afrika kunnen blijven, specifieke carrière mogelijkheden voor onderzoekers, inclusief opleiding en mentorschap, en regelgevende kaders die worden gevormd door Afrikaanse prioriteiten.

Elke grote studie zou een blijvende erfenis moeten nalaten: sterkere menselijke capaciteit, beter databeheer en een duurzame nieuwe generatie Afrikaanse wetenschappelijke leiders.

Over het hele continent bewijzen onderzoekers al dat talent, veerkracht en innovatie volop aanwezig zijn. Wat nu nodig is, is een langdurig geloof in deze potentie en blijvende investeringen van overheden, financiers en internationale partners. Alleen zo kunnen we onderzoek opbouwen waar het het meest nodig is en de wereld dichter brengen bij echte gelijkheid in gezondheidsdata.


Bronnen:

wcrf.org