Kunnen voeding en leefstijl het ziektebeloop bij darmkanker beïnvloeden?

Deze vraag staat centraal in de COLON-studie, een lopend wetenschappelijk onderzoek bij darmkankerpatiënten van Wageningen University & Research.

Het doel van de studie is te komen tot adviezen voor voeding en leefstijl bij darmkanker. Lees in dit artikel meer over de rol van extra beweging, het verloop van het lichaamsgewicht en risico’s van vet in de spieren bij darmkanker. 

Leefstijl en darmkanker
Er is een sterk verband tussen leefstijlfactoren en het risico op het ontstaan van darmkanker. Zo weten we dat de kans op darmkanker groter is als je overgewicht hebt, weinig beweegt, weinig voedingsvezels eet en veel rood en bewerkt vlees eet.

Een groot deel van de diagnoses darmkanker kan worden voorkomen door meer aan beweging te doen en door gezond te eten. We weten echter nog niet of de adviezen voor de preventie van (darm)kanker ook gelden voor mensen met een diagnose darmkanker. 

COLON-studie
Om deze vraag te kunnen beantwoorden is in 2010 de COLON-studie gestart. Aan de studie doen ongeveer 2500 mensen met darmkanker mee. Deze mensen zijn gedurende de studie 5 jaar gevolgd en er zijn verschillende metingen van onder andere leefstijl, voeding, gewicht, lichaamssamenstelling en gebruik van voedingssupplementen uitgevoerd.

Met deze gegevens is gekeken wat de rol van voeding en leefstijl is tijdens en na darmkanker. Ook is er inzicht verkregen in factoren die samenhangen met onder andere de kwaliteit van leven en de kans op overleving. 

Extra beweging lijkt herstel bij darmkanker te bevorderen 
Tijdens de studie is aan de darmkankerpatiënten onder andere gevraagd om de lichamelijke activiteiten voor en na het verwijderen van de tumor te rapporteren. Van de ondervraagden blijkt ongeveer de helft na 6 maanden fysiek hersteld te zijn van de operatie. 

Darmkankerpatiënten die na verwijdering van de tumor meer zijn gaan bewegen dan voorheen hadden meer kans op fysiek herstel zes maanden na de operatie, vergeleken met mensen die hun fysieke activiteiten na de operatie niet veranderden. Opvallend is dat het niet uitmaakte of patiënten voor de operatie ook fysiek actief waren [1].

Hoewel er een verband is tussen extra fysieke inspanning en herstel na verwijdering van een darmtumor, is het niet zeker of er sprake van oorzaak en gevolg is. Dit moet verder worden onderzocht. 

Darmkankerpatiënten komen terug op het oude gewicht 
Ook werd het verloop van het lichaamsgewicht onderzocht. Er is gebleken dat patiënten gemiddeld vóór de diagnose wat gewicht verliezen, maar dat zij twee jaar na de diagnose weer terug zijn op het oude gewicht. Het lichaamsgewicht verandert uiteindelijk dus nauwelijks. Patiënten die na de diagnose zijn aangekomen, hadden vaak voor de diagnose gewicht verloren. Ook was er geen effect van chemotherapie op het gewicht te zien [2].

Dit resultaat is opvallend, omdat eerder onderzoek laat zien dat het gewicht van borstkankerpatiënten met chemotherapie juist toeneemt. Gewichtstoename is zorgwekkend omdat dit vaak gepaard gaat met extra gezondheidsproblemen zoals hart- en vaatziekten en diabetes.

De meeste onderzoeken die tot nu zijn uitgevoerd hebben gekeken naar gewichtsverandering na diagnose. Het gewicht voor diagnose is dan vaak onbekend, terwijl dit wel relevant is. Gewichtstoename na diagnose kan daardoor een compensatie zijn voor eerdere gewichtsafname. Vervolgonderzoek is nodig om de resultaten van de COLON-studie te bevestigen. 

Belangrijk is verder om het verloop van het lichaamsgewicht goed in de gaten te houden en samenhangende risico’s op complicaties. Daarnaast is het nuttig om te kijken naar de verhoudingen van onder andere vetgehalte en spiermassa in het lichaam.

Een stijgend vetgehalte en een afnemende spiermassa kan bijvoorbeeld zorgen voor meer vermoeidheid. Bij mensen met kanker zorgt de tumor vaak voor spierverlies door eiwitafbraak en dat willen we dus juist voorkomen. Bewegen helpt om voldoende spiermassa te houden. Daarnaast is het belangrijk om gezonde voeding binnen te krijgen om ondervoeding tegen te gaan.

Verband tussen hoog vetgehalte spiercellen en lage overleving darmkankerpatiënte
Vet in de spiercellen bleek in de COLON-studie ook een ongunstige factor te zijn voor overleving. Het was al bekend dat een hoog vetgehalte in de spiercellen niet bevorderlijk is voor de overleving van darmkanker in een verder gevorderd stadium. 

Van deelnemers met een hoog vetgehalte in de spieren stierf 40% van de deelnemers; bij deelnemers met een normaal vetgehalte was dit 15% tijdens de looptijd van de studie [3].

De onderzoekers willen de komende jaren verder uitzoeken welke factoren bepalen of iemand een hoog vetgehalte in de spieren krijgt. Is dat te wijten aan een bepaald voedingspatroon of gebrek aan beweging, of beide? Ook willen ze kijken of dit vetgehalte na de diagnose nog is te verlagen met een gezond voedingspatroon of een sportprogramma.

Meer informatie uit het onderzoek
Er worden nog meer resultaten van de langlopende COLON-studie verwacht. Momenteel wordt er bijvoorbeeld gekeken naar vitamine D. Deze vitamine staat in de belangstelling omdat een lage vitamine D-gehalte in het bloed wordt gevonden bij mensen bij wie de diagnose darmkanker wordt gesteld. 

Onderzoekers in de COLON-studie willen de vraag beantwoorden of het vitamine D-gehalte in het bloed gedaald is doordat mensen een tumor hebben of dat een darmtumor sneller ontstaat bij mensen met een laag gehalte aan vitamine D in hun bloed. 

In de COLON-studie wordt momenteel ook gekeken naar verschillende B-vitaminen. Er wordt bijvoorbeeld onderzocht of er een verband is tussen vitamine B11 (foliumzuur) in het bloed en de werking van chemotherapie. De vraag die men wil beantwoorden is of bepaalde vitaminen in het lichaam bepalen hoe effectief de chemotherapie is. 

Richtlijnen voor patiënten
Alle onderzoeken hebben één doel: mensen met darmkanker zo goed mogelijk adviseren. 

Op dit moment wordt in Nederland voor mensen de diagnose darmkanker nog de richtlijnen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds gebruikt, omdat specifieke richtlijnen voor mensen met de diagnose darmkanker ontbreken. In de COLON-studie vraagt men zich af of die adviezen ook gelden voor mensen die darmkanker hebben. 

Dat er behoefte is aan specifieke adviezen blijkt uit de vragen die binnenkomen via de website Voedingenkankerinfo.nl. Mensen hebben vragen over wat zij het best kunnen doen om de kans op herstel te vergroten. Antwoorden vinden op deze vragen is wat de onderzoekers van de COLON-studie willen doen.


Bronnen 

[1] Van Zutphen M, et al. An increase in physical activity after colorectal cancer surgery is associated with improved recovery of physical functioning: a prospective cohort study. BMC Cancer. 2017 Jan 25;17(1):74. doi: 10.1186/s12885-017-3066-2.

[2] Van Zutphen M, et al. Pre-to-post diagnosis weight trajectories in colorectal cancer patients with non-metastaticdisease. Support Care Cancer. 2019 Apr;27(4):1541-1549. doi: 10.1007/s00520-018-4560-z. Epub 2018 Nov 27.

[3] Van Baar, et al. Low radiographic muscle density is associated with lower overall and disease-free survival in early-stage colorectal cancer patients. J Cancer Res Clin Oncol.  2018 Nov;144(11):2139-2147. doi: 10.1007/s00432-018-2736-z. Epub 2018 Aug 17.