Advieswijzer kan professional helpen

Het tweede deel van het proefschrift 'Improving information provision on nutrition and cancer - For cancer survivors and health professionals' is gericht op zorgprofessionals.

Merel van Veen en haar collega’s namen vragenlijsten af bij verpleegkundigen en zij interviewden artsen, verpleegkundigen en diëtisten. Aan de hand van die bevindingen ontwikkelde Merel een hulpmiddel, de zogenaamde advieswijzer voor op de website van Voedingenkankerinfo.nl. De advieswijzer helpt zorgverleners bij het beantwoorden van vragen over voeding van patiënten. 

Welk advies over voeding geeft de verpleegkundige?
Het doel van het vragenlijstonderzoek was inventariseren hoe oncologieverpleegkundigen advies geven over voeding en/of fysieke activiteit in relatie tot kanker. Merel vertelt: “Dit kwam voort uit de opmerking die we vaak horen: Ik wil de patiënt wel informatie geven, maar ik weet het antwoord zelf ook niet zo goed. Daarom besloten we te vragen of de oncologieverpleegkundigen zelf vinden of ze voldoende kennis hebben om informatie te verstrekken”. 

In totaal hebben 458 oncologieverpleegkundigen onze vragenlijst ingevuld. Waarvan 355 oncologieverpleegkundigen aangaven advies te geven over voeding. Van de verpleegkundigen die advies gaven over voeding, gaven 327 ook advies over fysieke activiteit. 

Bijna de helft van de oncologieverpleegkundigen mist kennis 
Van deze verpleegkundigen vonden 43% dat ze zelf te weinig kennis hebben over voeding en kanker; en 46% van de verpleegkundigen vonden dat ze te weinig kennis hebben over fysieke activiteit en kanker. De verpleegkundigen die vonden dat ze te weinig kennis hadden, verwezen de patiënt vaker door naar de diëtist dan verpleegkundigen die vonden dat ze voldoende kennis hadden. 

Merel: “Dit is een gunstige gebeurtenis. Het is verstandig door te verwijzen als je het zelf niet weet”. Ook gaven de verpleegkundigen die vonden dat ze weinig kennis hadden, vaker advies om drinkvoeding te nemen en gaven ze minder vaak advies over het belang van voldoende drinken. “Dit zijn bevindingen die minder gunstig zijn voor de patiënt. Het geeft ook aan waarom het belangrijk is om de verpleegkundigen van goede informatie te voorzien. Verpleegkundigen kunnen hun kennis doorgeven aan de patiënt”. Voor fysieke activiteit was er geen verschil in de gegeven adviezen van beide groepen oncologieverpleegkundigen.

Taakverdeling arts, diëtist en oncologieverpleegkundige
Uit de interviews met artsen, diëtisten en oncologieverpleegkundigen bleek dat de gewenste rolverdeling vrij duidelijk is. De arts signaleert problemen en verwijst door naar de diëtist. De diëtist adviseert patiënten met meervoudige problematiek en zorgt dat oncologieverpleegkundigen voldoende getraind zijn om enkelvoudige problematiek, zoals bij een enkele klacht rondom de behandeling, de patiënt te voorzien van voedingsadvies. De oncologieverpleegkundige geeft adviezen bij enkelvoudige klachten en verwijst door naar de diëtist bij complexere vraagstukken.

Merel: “In mijn onderzoek heb ik me gericht op voeding en kanker. Beweging is natuurlijk ook een heel belangrijk onderdeel. Ik denk dat het belangrijk is om naast een voedingsadvies ook een beweegadvies te geven. Wanneer je denkt dat je zelf onvoldoende kennis hebt om zo’n advies te geven, schakel dan een oncologiefysiotherapeut in”.

Advieswijzer als hulpmiddel voor zorgprofessionals
Een advieswijzer is samen met oncologieverpleegkundigen en diëtisten ontwikkeld, om zorgprofessionals te helpen een goed voedingsadvies te geven. De advieswijzer is een hulpmiddel voor de zorgprofessional: zowel voor de oncologieverpleegkundige als de arts en andere betrokken zorgprofessionals zoals de oncologiefysiotherapeut. Aan de hand van het doorlopen van eenvoudige stappen, dit kan zelfs aan het bed van de patiënt, kom je tot praktische adviezen voor de patiënt en eventueel tot een verwijzing naar de diëtist. De advieswijzer vind je hier.