Waarom langere mensen een hoger risico op kanker hebben

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat langere mensen een hoger risico op kanker hebben.

Dit verband is tot nu toe gevonden voor zes verschillende kankersoorten. Hoe langer je bent, hoe groter je kans is op kanker in de eierstokken, prostaat, alvleesklier, darmen, borst en recent aangetoond ook in de nieren. Belangrijke bevindingen, aangezien wij Nederlanders het langste volk ter wereld zijn.

De grootste analyse van wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen voeding, leefstijl en kanker wereldwijd laat een sterk verband zien tussen lichaamslengte en het risico op kanker. Voor elke extra 5 cm in lengte, neemt het relatieve risico met de volgende percentages per kankersoort toe:

  • Nierkanker: 10% verhoogd risico
  • Pre- en postmenopauzale borstkanker: 9 en 11% verhoogd risico
  • Eierstokkanker: 8% verhoogd risico
  • Alvleesklierkanker: 7% verhoogd risico
  • Darmkanker: 5% verhoogd risico
  • Prostaatkanker: 4% verhoogd risico

Belangrijk gemeenschappelijk mechanisme

In tegenstelling tot je gewicht, kun je aan je lichaamslengte weinig meer doen als je eenmaal volgroeid bent. Toch is het een interessant onderzoeksgebied. Wetenschappers denken namelijk dat er een belangrijk mechanisme - dat waarschijnlijk een rol speelt in de vroege levensjaren – een grote rol speelt. We kunnen iemands lichaamslengte op volwassen leeftijd niet veranderen, maar we kunnen wel invloed uitoefenen op hoe lang iemand wordt door de voeding die hij of zij als baby in de baarmoeder krijgt via de moeder en het voedingspatroon tijdens de ontwikkeling en groei van kind naar volwassene.

Lichaamslengte is een marker

Onderzoekers zijn van mening dat het niet zozeer de lichaamslengte zelf is die het risico op kanker verhoogt, maar het groeiproces dat ervoor heeft gezorgd dat iemand tot die lengte is gekomen. De lengte is dus eigenlijk de visuele uiting van het groeiproces dat iemand heeft doorlopen van conceptie tot volwassenheid. Dit proces wordt beïnvloed door iemands genen (die vastliggen), maar ook door beïnvloedbare groeifactoren (zoals insuline-achtige groeifactoren, het groeihormoon en geslachtshormonen als oestrogeen en testosteron) die een rol spelen in de baarmoeder en tijdens de kinder- en adolescentiejaren. Het is van groot belang te achterhalen welk aspect of welke aspecten in het groeiproces van baby tot volwassene het risico op kanker beïnvloeden.

Wat beïnvloedt iemands lichaamslengte?

We weten dat mensen in lengte groeien totdat ze ongeveer 20 jaar oud zijn. De lengte die ze dan bereiken hangt af van genen, maar ook van de omgeving en de kwaliteit en kwantiteit van de voeding tijdens de jaren van groei en ontwikkeling. Zo zagen we aan het begin van de 19e eeuw dat onze gemiddelde lengte toenam, wat samenging met een verbeterde hygiëne en voeding tijdens die periode. We weten ook dat we de groei van baby’s kunnen versnellen door hen eiwitrijke voeding te geven, wat tot een grotere lengte op volwassen leeftijd leidt.

Daarbij weten we dat kinderen die te zwaar zijn voor hun lengte (door overtollig vet) sneller groeien en tevens langer worden als volwassene (en dikker). Deze kinderen bereiken ook eerder belangrijke fasen in de groei en ontwikkeling dan kinderen met een gezond gewicht. In Westerse landen – waar mensen over het algemeen lang zijn en waar overgewicht een serieus probleem is – zien we bijvoorbeeld dat de leeftijd waarop meisjes hun eerste menstruatie krijgen de afgelopen decennia is gezakt van rond de 15 jaar naar 11 jaar. Dit kan direct of indirect een resultaat zijn van voeding tijdens de groei- en ontwikkelingsfasen en de verandering in de hormoonhuishouding van ofwel het groeihormoon of geslachtshormonen. Deze hormonen beïnvloeden zowel ons uiterlijk (zoals de lichaamslengte) als ook de groei en het gedrag van onze lichaamscellen.

Gevolgen voor onderzoek en beleid

Het is belangrijk om te onthouden dat lang zijn geen slecht nieuws is. Als het gaat om andere ziekten is lang zijn vaak een voordeel. Zo hebben lange mensen een lager risico op hart- en vaatziekten en diabetes. Dit is een van de redenen waarom het zo belangrijk is dat er meer onderzoek komt naar lichaamslengte en het risico op verschillende ziekten. Er moet meer bekend worden over de mechanismen die ten grondslag liggen aan een verhoogd of verlaagd risico op verschillende ziekten. Als we uiteindelijk voedingsadviezen voor optimale groeipatronen kunnen opstellen, die het risico op verschillende ernstige ziekten verlagen, kunnen we die meegeven aan jonge vrouwen en ouders wereldwijd.

Lopend onderzoek

Op dit moment loopt er een onderzoek aan de Maastricht Universiteit onder leiding van Professor Matty P. Weijenberg, hoogleraar Epidemiologie naar het verband tussen lichaamslengte en het risico op kanker. Professor Weijenberg en haar team onderzoeken specifiek welke onderliggende factoren kunnen leiden tot een grotere lichaamslengte en een hoger risico op kanker. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het Wereld Kanker Onderzoek Fonds.

Voor het onderzoek worden gegevens gebruikt uit de Nederlandse Cohort Studie naar voeding en kanker (NLCS). Hiervoor zijn meer dan 120.000 Nederlanders tussen de 55 en 69 jaar ondervraagd over hun voedingsgewoonten, lichaamslengte en gewicht. Ook zijn van deze respondenten DNA-materiaal opgeslagen om te gebruiken voor genetisch onderzoek. Na de gegevensverzameling zijn de respondenten ruim 20 jaar gevolgd.

De kankersoorten die in het onderzoek worden onderzocht zijn dikkedarmkanker en borstkanker. Van deze kankersoorten is namelijk gebleken dat langere mensen een grotere kans hebben om deze te ontwikkelen. Bovendien zijn dikkedarmkanker en borstkanker de twee meest voorkomende kankersoorten in Nederland.

Prof. Matty P. Weijenberg: "We kunnen zelf niets doen aan onze lichaamslengte op volwassen leeftijd, maar toch is het belangrijk dat we meer te weten komen over dit verband tussen lichaamslengte en kanker. Wij verwachten hiermee een bijdrage te kunnen leveren aan de kennis over de biologische mechanismen die bijdragen aan de ontwikkeling van kanker, waarover nog veel onduidelijk is. Indien blijkt dat bepaalde factoren in de vroege levensjaren tot een verhoogd risico op kanker op volwassen leeftijd leiden, kunnen er preventieve maatregelen genomen worden om voor toekomstige generaties dat risico te verlagen."

Lees meer over dit onderzoek op de website van WCRF International.

Bronnen:

  • World Cancer Research Fund/American Institute for Cancer Research. Food, Nutrition, Physical Activity and the Prevention of Cancer: a Global Perspective. Washington DC: AICR, 2007
  • World Cancer Research Fund International/American Institute for Cancer Research. Continuous Update Project