Uit de praktijk van José Breedveld-Peters

José Breedveld-Peters is als onderzoeker betrokken bij de EnCoRe-studie. Deze studie kijkt naar de leefstijl en kwaliteit van leven van mensen die zijn behandeld voor dikkedarmkanker. Wij vroegen naar haar motivatie en haar ambities.

Naam
José Breedveld-Peters

Geboortedatum
20-12-1961

Opleidingen
1980-1984 Diëtetiek aan de Akademie Diëtetiek Nijmegen
2008-2012 PhD-student aan de Universiteit Maastricht
2014 Voedingsepidemiologie aan de WCRF Academy

Functie
Postdoctoraal onderzoeker/onderzoeksdiëtist

Wie bent u?

Ik ben José Breedveld-Peters, van huis uit diëtist en in 2012 gepromoveerd. Op dit moment ben ik werkzaam binnen de afdeling Epidemiologie van de Universiteit Maastricht. Ik ben daar als onderzoeker betrokken bij de EnCoRe-studie ofwel ‘Energie voor het leven na ColoRectaalkanker’-studie. Het onderzoeksteam bestaat uit een hoogleraar, onderzoekers, onderzoeksdiëtisten en verpleegkundig specialisten. Samen met het team zet ik mij in voor de ontwikkeling van leefstijlinterventies gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van voormalig dikkedarmkankerpatiënten. Dit doen we door na te gaan hoe leefstijlfactoren, zoals voeding en beweging, de kwaliteit van leven van mensen na behandeling voor dikkedarmkanker beïnvloeden.

Wat zijn uw belangrijkste werkzaamheden?

Na de start van de EnCoRe-studie in 2012 heb ervoor gezorgd dat de studie uitgebreid werd naar andere ziekenhuizen in de regio. Daarvoor had ik regelmatig contact met medisch specialisten, verpleegkundigen en andere zorgverleners zodat de werving van de deelnemers ook in de andere ziekenhuizen goed zou verlopen. De patiënten worden nu geworven in drie Limburgse ziekenhuizen.

Een andere belangrijke taak is om samen met de onderzoekdiëtisten te zorgen voor een juiste verwerking van de voedingsdagboekjes. Patiënten die deelnemen aan de studie vullen zeven dagen een eetdagboekje in. Wij koppelen dan zogenaamde NEVO-codes (uniforme codes uit het Nederlands Voedingsstoffen bestand) aan deze voedingsgegevens. Om ervoor te zorgen dat het coderen van de eetdagboekjes correct en eenduidig gedaan wordt heb ik regelmatig overleg met de onderzoeksdiëtisten. Dit is erg belangrijk voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de voedingsgegevens.

Daarnaast ben ik een belangrijk deel van mijn tijd bezig met de analyse van de onderzoeksgegevens en het schrijven van wetenschappelijke publicaties. Gezien mijn voedingsachtergrond houd ik me met name bezig met die aspecten van leefstijl die met voeding samenhangen. Ik kijk dan bijvoorbeeld in hoeverre voormalig darmkankerpatiënten hun voedingspatroon veranderen na de behandeling voor dikkedarmkanker en of zij voldoen aan richtlijnen voor een gezonde voeding en leefstijl.

Wat is de reden dat u voor dit vak(gebied) heeft gekozen?

Nadat ik jaren als paramedisch diëtist had gewerkt, kreeg ik de mogelijkheid om als diëtist in het wetenschappelijk onderzoek aan de slag te gaan. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en had belangstelling voor meer wetenschappelijke verdieping in mijn werk. Ik had met name interesse in wetenschappelijk onderzoek waarbij gezocht wordt naar antwoorden op vragen waar zorgverleners en patiënten in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen.

Resultaten van zulk onderzoek kunnen hierdoor direct bijdragen aan betere uitkomsten voor de patiënt. En dit is voor mij nog steeds de belangrijkste drive om dit type onderzoek te doen.

Wat zijn uw succesverhalen?

Een eerste belangrijke mijlpaal is dat de werving van de deelnemers sinds februari 2014 vanuit Maastricht is uitgebreid naar de ziekenhuizen in Venlo en in Sittard-Geleen. Deze uitbreiding heeft ervoor gezorgd dat het aantal deelnemers aan onze studie fors is toegenomen. Dit is van groot belang, omdat grote aantallen gegevens belangrijk zijn voor het verkrijgen van betrouwbare resultaten.

Een tweede belangrijke mijlpaal is dat de metingen bij de groep ex-patiënten, die tussen 2002 en 2010 zijn behandeld voor dikkedarmkanker, zijn afgerond en dat de eerste resultaten inmiddels gepubliceerd zijn in internationale wetenschappelijke tijdschriften! De bevindingen laten onder andere zien dat het bevorderen van licht intensieve lichaamsbeweging en het verminderen van sedentair gedrag mogelijk een rol spelen bij de verbetering van de kwaliteit van leven. Dit zijn nieuwe aangrijpingspunten voor toekomstige leefstijlinterventies voor mensen die de behandeling van dikkedarmkanker achter de rug hebben.

Waar loopt u in uw werk tegenaan? Hoe zou u dat willen aanpakken/oplossen?

Goed onderzoek kan alleen uitgevoerd worden als hier voldoende geld voor is in de vorm van onderzoekssubsidies. Het schrijven van een goed onderzoeksvoorstel is een enorm karwei. Het is daarom maar beperkt mogelijk onderzoeksvoorstellen te schrijven. Ook worden er bij subsidiegevers veel aanvragen gelijktijdig ingediend. Hierdoor is er veel concurrentie en is de kans klein dat een aanvraag gehonoreerd wordt. Het is dus extra belangrijk om een gedegen onderzoeksvoorstel in te dienen. Daarom vind ik het nuttig en noodzakelijk dat (inter)nationale wetenschappelijke samenwerkingsverbanden gestimuleerd worden om zo mogelijkheden voor financiering van onderzoeksprojecten te vergroten en samenwerking te bevorderen.

Wat zijn uw ambities?

Mijn ambitie is om resultaten uit wetenschappelijk onderzoek om te zetten in nieuwe, persoonlijke leefstijlinterventies gericht op het verbeteren van het welzijn, functioneren en de kwaliteit van leven van dikkedarmkankerpatiënten. Op dit moment schrijf ik mee aan nieuwe onderzoeksvoorstellen om de ontwikkeling van een interventiestudie mogelijk te maken. Door vergrijzing en verbeterde overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker neemt het aantal ex-patiënten met dikkedarmkanker toe. Een groot deel van deze mensen ervaart aanhoudende gezondheidsklachten die hun kwaliteit van leven negatief beïnvloeden. De resultaten van onze studie zullen meer inzicht geven in hoe belangrijke leefstijlfactoren de kwaliteit van leven van personen met dikkedarmkanker beïnvloeden op zowel korte als langere termijn.